Brusje: “Het is niet eerlijk, ik wil ook SIBS hebben”

Nadat haar broer alwéér een dag niet naar school hoeft en lekker met papa en mama samen op pad mag, schreeuwt ze boos uit: “Het is niet eerlijk, ik wil ook een SIBS* hebben”. Tot overmaat van ramp krijgt haar broertje ook nog een cadeautje omdat hij het zo goed gedaan heeft bij de dokter. Voor een broer of zus (ook wel brusje genoemd) kan dit natuurlijk ontzettend oneerlijk aanvoelen.

Serieus nemen

Dit meisje van acht jaar oud spreekt zich gelukkig nog uit. Hierdoor kunnen de ouders direct op haar reageren. En gelukkig weet de moeder van dit meisje dat ze beter niet kan reageren met de opmerking “dat ze dit nooit mag zeggen en dat ze blij mag zijn dat zij tenminste gezond is”. De moeder neemt de emoties van het meisje serieus en geeft haar de ruimte deze te uiten. Ze kan de situatie niet veranderen, maar ze maakt haar dochter wel duidelijk dat er allerlei verschillende emoties bij kunnen horen. En dat dat oké is.

Een kei in zichzelf wegcijferen

Ik heb ook ervaren dat veel brusjes deze emoties minder snel laten blijken. Ze proberen hun ouders zo min mogelijk tot last te zijn, cijferen zichzelf weg. Vinden het moeilijk om op een gezonde manier aandacht te vragen. Toch kunnen ze deze emoties wel degelijk ervaren. De volgende emoties komen veel voor bij brusjes:

  • Schaamte – voor het bijzondere gedrag van broer/zus;
  • Boos en gefrustreerd – door het moeilijke gedrag van broer/zus en door de bijzondere regels die gelden voor broer/zus;
  • Machteloos – omdat het niet lukt om de situatie te veranderen;
  • Jaloers – op de extra aandacht en begeleiding die broer/zus krijgt;
  • Schuldgevoel – om de aandacht die het kind zelf van de ouders wil vragen, en ook om de vraag “waarom hij/zij wel en ik niet”;
  • Bezorgd – om vragen als “Hoe moet het verder?”, “Hoe zal het gaan met broer/zus op school, of later?”;
  • Eenzaam – om het gevoel er alleen voor te staan, de ouders niet tot last te willen zijn, er met niemand over durven praten;
  • Verdrietig – omdat het niet goed gaat met broer/zus, of omdat een “normale” broer/zus gemist wordt;
  • Angstig – door onvoorspelbaar of agressief gedrag van broer/zus, maar ook omdat het kind bang kan zijn dezelfde ziekte te krijgen.

In gesprek over emoties

Het is belangrijk om deze emoties te (h)erkennen en bespreekbaar te maken. Tijd te nemen om te praten over deze gevoelens. Uitleg te geven. En het kind te laten ontdekken hoe er goed mee om te kunnen gaan. Hulpmiddelen zoals de Gevoelsthermometer en het “lekker-in-je-vel-spel” kunnen een gesprek hierover ondersteunen. Een veilige “praat-plek” creëren en met oprechte aandacht luisteren zijn belangrijke voorwaarden voor een geslaagd gesprek.

* Naar een column van Frits Boer in zijn boek “Broers en zussen van speciale en gewone kinderen”. Frits Boer gebruikt het acroniem SIBS in plaats van alle afzonderlijke diagnoses: Speciaal In Bepaalde Situaties. Een verwoording die bij ieder speciaal kind past. En die ons niet uit het oog laat verliezen dat het echte kind zoveel meer is dan de diagnose.